Voorlichting over afkomst aan kind van (bekende) spermadonor

“Statusvoorlichting” is het informeren van een kind over zijn/haar biologische ouder(s).

De Hoge Raad heeft bij arrest van 18 maart 2016 (ECLI: NL: HR: 2016: 452) bepaald dat onderdeel van de gezagsuitoefening van ouders de statusvoorlichting aan een kind dat is geboren met behulp van een donor.
In deze zaak heeft een lesbischstel, die geregistreerd partners zijn, van een voor hen bekende spermadonor (via kunstmatige inseminatie) in 2008 een kind gekregen. De partner van de biologische moeder heeft het kind, met toestemming van de donor, na de geboorte geadopteerd. De moeders oefenen sindsdien het gezamenlijk gezag over het kind uit.

Gedurende de eerste twee jaar na de geboorte van het kind vond er maandelijks omgang plaats tussen het kind en de donor. Nadat de moeders het contact tussen de donor en het kind hadden verbroken heeft de donor de Rechtbank Noord-Holland verzocht een omgangsregeling tussen hem en het kind vast te stellen op grond van artikel 1:377a BW. De rechtbank heeft de donor in die procedure niet ontvankelijk verklaard. De donor heeft hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Amsterdam. Het Gerechtshof heeft, onder meer, bepaalt dat tussen de donor en het kind – na ommekomst van één jaar – minimaal éénmaal per jaar omgang dient plaats te vinden binnen een week na de verjaardag van het kind. Daarnaast heeft het Gerechtshof bepaald dat de moeders het kind voor dat eerste bezoekmoment “statusvoorlichting” dienen te geven over het feit dat de donor de biologische vader is.

De moeders hebben tegen dat arrest van het Gerechtshof cassatie bij de Hoge Raad ingesteld. De moeders stelden dat ouders op grond van artikel 8 EVRM (family life) zelf mogen bepalen wat het beste moment is om een kind – dat via een donor is verwekt – mee te delen wie zijn/haar vader is. Daarnaast stellen de moeders dat een donor geen ouder is en derhalve geen zeggenschap heeft over (de opvoeding van) het kind en dat het hem toekomende family life niet zover gaat dat een donor (mede) kan bepalen hoe de ouders invulling geven aan de opvoeding. De moeders stellen ook dat een rechter daarin niet eenzijdig mag ingrijpen.

De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep van de moeders. De Hoge Raad overweegt dat uit het recht op private life (eveneens voortvloeiend uit artikel 8 EVRM) kan worden afgeleid dat een kind recht heeft om te weten van wie het afstamt. Daarna overweegt de Hoge Raad dat het ouderlijk gezag ex artikel 1:247 BW de plicht en het recht van de ouder omvat zijn minderjarig kind te verzorgen en dat deze plicht mede omvat het geestelijke en lichamelijke welzijn en het bevorderen van de ontwikkeling van zijn persoonlijkheid. Tot de zorg en verantwoordelijkheid voor het geestelijk welzijn en de persoonlijke ontwikkeling van het kind behoort – aldus de Hoge Raad – ook het geven van informatie over zijn afstamming (statusvoorlichting). Bij het bepalen van het geschikte moment daartoe is het belang van het kind doorslaggevend. Dit oordeel beperkt dus de keuzevrijheid van ouders daarin.

Heeft u naar aanleiding van dit artikel vragen of opmerkingen dan kunt u contact met mij opnemen via 0182-303111 of via aschellekens@vandelftadvocaten.nl.
mr. Anke Schellekens

Laatste publicaties
23 augustus 2018

Uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) blijkt dat één op de drie getrouwde stellen gaat scheiden. Maar hoe gaat scheiden nou in zijn werk?

Lees verder
22 april 2016

Recent behandelde ik een zaak voor een bedrijf van wie het faillissement werd aangevraagd. Het bedrijf had één grote schuld die zij niet betaalde. De schuldeiser vroeg uiteindelijk het faillissement aan in een uiterste poging betaling te verkrijgen.

Lees verder
16 april 2016

Een curator in een faillissement heeft als taak om de failliete boedel te beheren en te vereffenen. Daarnaast voert de curator een onderzoek uit naar de administratie van de gefailleerde en de oorzaken van het faillissement.

Lees verder